donderdag, 29 juni 2023 12:13

Machineverordening gepubliceerd

Op 29 juni is de Machineverordening (EU) 2023/1230 met als datum 14 juni 2023 gepubliceerd.

Na 42 maanden wordt de Machinerichtlijn ingetrokken en zal de Machineverordening van toepassing zijn.

Maar op 4 juli is er al een corrigendum uitgebracht en zijn bepaalde data uit de verordening iets verschoven.

Dus nu per 20 januari (i.p.v. 15 januari) 2027 moeten nieuwe machines conform de Machineverordening (EU) 2023/1230 van een CE-markering worden voorzien.

De nieuwe verordening is via deze link te downloaden: https://www.verwey-safety.nl/advies-machineveiligheid-en-elektrische-veiligheid/downloads

 

Op 18 april 2023 werd het aangepaste voorstel voor de Machineverordening goedgekeurd (amendement 180) in het Europees Parlement. De volgende stap is publicatie in het Europees Publicatieblad. Mogelijk zal dit midden van dit jaar plaatsvinden.

In dit artikel wil ik stilstaan bij de nieuwe definitie voor een “subtantiële wijziging” van een machine.

De definitie is uitgebreid ten opzichte van een eerder voorstel van de Machineverordening. En dit is zeker een verbetering.

Deze definitie ligt ook duidelijk in lijn met de Duitse visie zoals vastgelegd in het document "Wesentliche Veränderung von Maschinen". Dit document is al in 2015 gepubliceerd door het Duitse ministerie van SZW (Bundesministerium für Arbeit und Soziales).

Ook de Werkinstructie Beoordelen van gewijzigde machines  van de Nederlandse Arbeidsinspectie refereert naar dit document.

Definitie in het goedgekeurde voorstel voor de Machineverordening:

“substantiële wijziging”: niet door de fabrikant voorziene of geplande wijziging van een machine of verwant product met fysieke of digitale middelen nadat die machine of dat verwante product in de handel is gebracht of in bedrijf is gesteld, die gevolgen heeft voor de veiligheid van die machine of dat verwante product, door een nieuw gevaar te creëren of een bestaand risico te vergroten, zodat het volgende vereist is:

a)      de toevoeging van afschermingen of beveiligingsinrichtingen aan die machine of dat verwante product waarvan de realisatie een wijziging vereist van het bestaande veiligheidscontrolesysteem, of

b)      de vaststelling van aanvullende beschermingsmaatregelen om de stabiliteit of de mechanische sterkte van de machine of dat verwante product te waarborgen;

 

Praktisch gezien kun je de volgende aanpak hanteren bij het aanpassen van een bestaande machine:

·         Voer altijd eerst een risicobeoordeling uit, waarin de geplande wijzigingen worden meegenomen;

·         Beoordeel op basis van de risicobeoordeling, de werkinstructie van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de nieuwe definitie in de Machineverordening of je te maken hebt met een ‘substantiële wijziging’;

·         Leg de keuze met onderbouwing vast in een technisch dossier;

·         Zorg dat de aanpassingen altijd (ook als er niet sprake is van een substantiële wijziging) plaatsvinden op basis van de ‘stand der techniek’. Dus concreet: pas de relevante essentiële veiligheids- en gezondheidseisen (Bijlage I in de Machinerichtlijn en Bijlage 3 in de Machineverordening) en EN-normen toe. Zorg dat er een technisch dossier gevormd wordt waarin alle bewijslast opgenomen wordt om de veiligheid te kunnen aantonen;

·         Indien er sprake is van een ‘substantiële wijziging’ zal de conformiteit met de wetgeving (nu Machinerichtlijn, in de toekomst de Machineverordening) moeten worden aangetoond. De scope van de wijzing (hele machine of maar een beperkt deel) moet bepaald worden. Dit bepaalt ook de reikwijdte van de nieuwe CE-markering. Zie de werkinstructie ‘Beoordelen van gewijzigde machines’ van de Nederlandse Arbeidsinspectie voor meer informatie.


Via de onderstaande link zijn de verschillende genoemde documenten te downloaden:

https://www.verwey-safety.nl/advies-machineveiligheid-en-elektrische-veiligheid/downloads

Deel 2 van een artikelreeks over de nieuwe verordening voor machineproducten.

De komst van de definitieve versie van de verordening betreffende machineproducten is weer een belangrijke stap naderbij. Het Europees Parlement heeft overeenstemming bereikt over de teksten en heeft een lijst met amendementen opgesteld.

Een overzicht van enkele (belangrijke) wijzigingen en aanvullingen in de Verordening betreffende machineproducten:

11.      In artikel 17 staat, zoals ook in artikel 7 van de machinerichtlijn, het zogenaamde vermoeden van conformiteit beschreven indien een geharmoniseerde norm is toegepast (wat eerst het vermoeden van overeenstemming werd genoemd).
Nieuw is de mogelijkheid dat de Commissie bevoegd is om uitvoeringshandelingen vast te stellen met technische specificaties voor de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen. Dan moet er wel geen geharmoniseerde norm beschikbaar zijn of onnodig vertraagd tot stand komen na een verzoek om een geharmoniseerde norm te ontwikkelen.

12.       In de artikelen 41 tot en met 44 is het markttoezicht nu uitgebreider beschreven dan in de machinerichtlijn. In het verleden was het markttoezicht op fabrikanten van machines door arbeidsinspecties in heel Europa onder de maat. Er werd met name gehandhaafd bij de eindgebruikers op basis van arbeidsomstandighedenwetgeving. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft echter de laatste jaren de handhaving van wetgeving voor productveiligheid van machines wel opgevoerd. Een fabrikant kan dus eerder een bezoek verwachten van de Nederlandse Arbeidsinspectie om inzage te geven in het conformiteitsproces en de technische documentatie indien er incidenten zijn in de markt.

13.       In het eerste voorstel van de Commissie was het de bedoeling om de machinerichtlijn 2006/32/EG 30 maanden na inwerkingtreding van de verordening in te trekken (zie artikel 49). Het Europese Parlement stelt in een amendement een periode van 48 maanden voor.

14.       De verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij  is  van  toepassing  met  ingang  van 30 maanden (eerste voorstel) of 48 maanden (amendement Parlement) na inwerkingtreding van de verordening.

15.       Wat nu wettelijk wordt geregeld is het versiebeheer van software en instellingen in een veiligheids-PLC, een programmeerbaar veiligheidsrelais of een veiligheidslaserscanner. Dit zou je eigenlijk nu ook moeten doen als fabrikant, maar nu staat het zwart op wit in de verordening als volgt:
De besturingssystemen moeten zodanig ontworpen en gebouwd zijn dat het traceringslogboek de gegevens die bij een ingreep zijn gegenereerd, en de versies van veiligheidssoftware die zijn geüpload nadat het machineproduct in de handel is gebracht of in gebruik is gesteld, registreert en gedurende vijf jaar na het uploaden ter beschikking stelt, uitsluitend om de overeenstemming van het machineproduct met deze bijlage aan te tonen, indien een nationale bevoegde autoriteit daar een met redenen omkleed verzoek toe doet.

16.       De gebruiksaanwijzing mag nu ook in digitaal  formaat worden verstrekt.  De gebruiksaanwijzing moet echter op verzoek van de koper bij de aankoop van het machineproduct kosteloos op papier worden verstrekt. Verder zijn er ook nog nadere eisen gesteld aan een digitale gebruiksaanwijzing. Zie onder andere het onderstaande stukje tekst (amendement op artikel 1.7.4 punt c):
be presented in a format that makes it possible for the end user to download the instructions over the lifetime of the machinery product and save them on an electronic device so that he or she can access them at all times, in particular during a breakdown of the machine. This requirement also applies to a machinery product where the instruction manual is embedded in the software of the machinery product.

De komst van de definitieve versie van de verordening betreffende machineproducten is weer een belangrijke stap naderbij. Het Europees Parlement heeft overeenstemming bereikt over de teksten en heeft een lijst met amendementen opgesteld.

In dit eerste deel van een artikelenreeks worden de belangrijkste wijzigingen en aanvullingen voorgesteld.

Een overzicht van enkele (belangrijke) wijzigingen en aanvullingen in de Verordening betreffende machineproducten:

1.       Het is een verordening in plaats van een richtlijn. Een verordening is rechtstreeks werkend terwijl een richtlijn eerst geïmplementeerd moet worden in de wetgeving van de lidstaten.

2.       De verordening betreft machineproducten. De scope van de verordening (maar ook al van de machinerichtlijn) betreft namelijk meer dan machines, zoals hijsgereedschappen, kabels en kettingen, veiligheidscomponenten etc.

3.       Nieuwe technologische aspecten, zoals machine learning en cyber security, komen nu nadrukkelijk aan bod in de verordening. Dit ontbrak volledig in de machinerichtlijn en dat was ook een van de redenen om deze te vervangen.

4.       Er is een extra definitie van een machine toegevoegd in lid f van artikel 2:
samenstel als bedoeld in de punten a), b), c), d) en e) waarop enkel software voor de specifieke toepassing ervan ontbreekt zoals voorzien door de fabrikant

5.       De definitie van een veiligheidscomponent is aangepast, zodat het nu ook een softwaremodule kan zijn. Zie het eerste gedeelte van de definitie: fysieke of digitale component, met inbegrip van software, van machines die een veiligheidsfunctie vervult en afzonderlijk in de handel wordt gebracht…..

6.       Er zijn vele nieuwe definities toegevoegd, zoals voor een ‘ingrijpende wijziging’ en de verschillende marktdeelnemers (importeur, distributeur).

7.       In de artikelen 10 tot en met 16 zijn nu heel duidelijk de verplichtingen van de verschillende marktdeelnemers terug te vinden.

8.       Er is nu een definitie voor een ‘ingrijpende wijziging’. Het Europees Parlement heeft het volgende amendement hiervoor ingediend: ‘substantial modification’ means a modification of a machinery product, with the exception of partly completed machinery, by physical or digital means after that machinery product has been placed on the market or put into service, which is not foreseen or planned by the manufacturer and not addressed in the initial risk assessment, and as a result of which the compliance of the machinery product with the relevant essential health and safety requirements is affected

9.       In overweging (recital) 23 van de verordening is opgenomen dat een ‘ingrijpende wijziging’ ook alleen betrekking kan hebben op een gewijzigd deel van de machine. Dan hoeft de conformiteitsbeoordeling ook alleen uitgevoerd te worden op het gewijzigde deel. De voorwaarde is natuurlijk wel dat de wijziging geen effect heeft op de gehele machine. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft de brochure “Werkinstructie Beoordelen van gewijzigde machines” op basis van deze zienswijze opgesteld.

10.   De lijst met machineproducten met een hoog risico (voorheen vaak ‘Bijlage IV-machines’ genoemd) wordt dynamisch. Dus er kunnen in de loop van de tijd machineproducten bijkomen of afgaan. In het eerste voorstel van de verordening was het zo geregeld dat voor deze hoog-risico machineproducten altijd een notified body moet worden ingeschakeld. Dat zou betekenen dat alleen de conformiteitsprocedures ‘EU-typekeur’ (Module B) of ‘Volledige kwaliteitsborging’ (Module H) kunnen worden toegepast. Het Europees Parlement stelt in haar amendement echter voor om de lijst met machineproducten met een hoog risico (nu opgenomen in bijlage I) te splitsen in deel A en B. Voor producten die opgenomen zijn in deel A is de inschakeling van een notified body wel altijd nodig. De machineproducten die in bijlage IV van de machinerichtlijn staan, komen nu in deel B van bijlage I. Hiervoor zou eventueel de conformiteitsprocedure ‘Interne productiecontrole’ (module A) mogen worden toegepast op voorwaarde dat er een geharmoniseerde norm beschikbaar is die alle relevante veiligheids- en gezondheidseisen afdekt.

Download flowchart en brondocumenten verordening

De bijlagen zijn volledig nieuw gerangschikt. In de onderstaande tabel is een overzicht te vinden van de nieuwe en oude nummering van de bijlagen.

Bijlage VM
(nieuw)

Bijlage MR
(oud)

Onderwerp in bijlage van
Verordening betreffende machineproducten (VM)

I

IV

Machineproducten met een hoog risico

II

V

Indicatieve lijst van veiligheidscomponenten

III

I

Essentiële veiligheids- en gezondheidseisen

IV

VII

Technische documentatie

V

II

Verklaringen

VI

VIII

Interne productiecontrole (Module A)

VII

IX

EU-Typeonderzoek (Module B)

VIII

 

Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole (Module C)

IX

X

Conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging (Module H)

donderdag, 21 april 2022 21:30

EN-IEC 62061:2021

In de nieuwe versie van de norm EN-IEC 62061 "Veiligheid van machines - Functionele veiligheid van besturingssystemen met een veiligheidsfunctie" is een interessant model opgenomen voor het vaststellen van zowel het Safety Integrity Level (SIL) als wel het Performance Level (PL).

 

 

 

 

 

 

Wettelijke eisen
We beginnen eerst eens met de wettelijke eisen uit de Machinerichtlijn 2006/42/EG.

Daar staat in artikel 1.2.4.3. uit Bijlage I dat een machine moet zijn voorzien van één of meer noodstopinrichtingen waarmee reële of dreigende gevaarlijke situaties kunnen worden afgewend.
Dit geldt niet voor met de hand vastgehouden en/of met de hand geleide draagbare machines.

De noodstopinrichting moet ook duidelijk herkenbare, goed zichtbare en snel bereikbare bedieningsorganen hebben.

Een noodstop is trouwens geen beveiliging, maar een aanvullende beschermende maatregel.
De Machinerichtlijn zegt het letterlijk als volgt: noodstopinrichtingen dienen ter ondersteuning van andere veiligheidsmaatregelen, niet ter vervanging ervan.

Norm EN-ISO 13850
Deze ontwerpnorm (B-norm) geeft de basiseisen voor het ontwerpen van een noodstopsysteem.

Hier is in artikel 4.3.2. ook te vinden waar een bedieningsorgaan voor noodstop aanwezig moet zijn.

Samengevat komt dit erop neer dat een noodstoporgaan aanwezig moet zijn op:
a) elke bedieningspositie
b) andere locaties, zoals bepaald door de risicobeoordeling:
- bij invoer- en uitvoerposities
- op locaties waar interventie vereist is (bijvoorbeeld met hold-to-run bediening)
- op alle posities waar mens-machine interactie volgens het ontwerp kan plaatsvinden (bijvoorbeeld laad- en ontlaadposities)

Noodstop bij uitgestrekte machines of installaties
In de normen EN 415-10 en EN 619 zijn interessante artikelen te vinden die duidelijk maken waar en hoeveel noodstopdrukkers in een uitgebreide machine of installatie moeten worden aangebracht.

Gedeelte uit norm EN 415-10:2014 (Veiligheid van verpakkingsmachines - Deel 10: Algemene eisen):

Each control station shall be provided with an emergency stop actuator.

Where in addition to the stopping of hazardous movements it is necessary to cut off energy in cases of emergency, packaging machines shall be provided with an emergency isolation device located on each control station.

Depending on the operational concept and the position of the machine, e.g. within a line, it may be necessary to have a number of emergency stop actuators or emergency switching off actuators outside the hazard zone as well as inside. They should be included in each area of the machine where access is intended and be reachable readily from a person that has to walk not further than 5 m along the external guards. This could mean that, if the machine is likely to be part of a line of machines with possible access from several sides, there has to be at least an emergency stop button on every different accessible side of the machine. On machines where any dimension is greater than 10 m, it could mean that there is an emergency button at least every 10 m or at every access point. Rope operated emergency stop devices may be used instead of buttons ,e.g. along conveyors.

Gedeelte uit norm EN 619:2002+A1:2010* (Transporteurs - Veiligheids- en EMC-eisen voor stukgoedtransporteurs van transporteenheden):

Emergency stop devices shall be in accordance with EN 418** and shall be either:
 
- one or more emergency switches, which shall be installed in such a way that at least one may be reached within 10 m from any directly accessible (without using additional means) point of the equipment; and/or
- one or more pull-cord operated switches arranged along the side of the installation; or
- the conveyor power supply disconnecting device if the distance from any accessible point of the equipment to the disconnecting device is 10 m or less.

The minimum height of an emergency stop device from floor level shall be 0,6 m and the maximum height shall be 1,7 m.

Emergency stop devices shall be positioned at all control stations; working positions and directly accessible (without using additional means) parts of the machinery, including manual loading/unloading points, walkways and transfer point

* De EN 619 is in ontwikkeling. Er is reeds een prEN-versie (2019) verkrijgbaar.
** EN 418 is nu EN-ISO 13850

dinsdag, 15 september 2020 07:50

Inherent veilig ontwerpen (3 van 3)

In dit derde artikel uit een reeks over inherent veilig ontwerpen zullen we kort stilstaan bij ergonomische ontwerpprincipes.

Norm EN 614-1 (Ergonomische ontwerpprincipes - Deel 1: Terminologie en algemene principes) stelt dat bij het ontwerpen van een machine met de volgende eigenschappen van operators en aspecten rekening moet worden gehouden:

- Lichaamsafmetingen

- Houding

- Lichaamsbewegingen

- Fysieke kracht

- Mentale capaciteiten

 

En dan natuurlijk ook meenemen de combinatie van deze factoren en de werkomgeving.

De norm EN 614-1 geeft algemene eisen en verwijst weer naar andere normen die specifieke ergonomische aspecten behandelen.

Zo geeft EN 574-1 (Menselijke lichaamsafmetingen - Deel 1: Principes voor de bepaling van de vereiste afmetingen van toegangsopeningen in machines voor het gehele lichaam) bijvoorbeeld inzicht over de afmetingen die gehanteerd moeten worden voor een doorgang of een gangpad in een machine of productielijn.

Als het gaat om het inrichten van een werkplek is norm EN-ISO 14738 (Antropometrische eisen voor het ontwerp van werkplekken bij machines) weer een handig hulpmiddel. In de norm staan diverse afbeeldingen van werkposities (zittend, staand) met de daarbij behorende belangrijke dimensies zoals werkhoogten, ruimte voor armen en voeten, kijkhoeken etc. 

Als een machine regelmatig moet worden beladen of ontladen dan heb je ook met de factoren lichaamsbewegingen en fysieke kracht te maken. Hierbij geeft de normenreeks EN 1005 (Veiligheid van machines - Menselijke fysieke belasting) de juiste informatie.

Met deel 2 van deze norm EN 1005 kun je berekeningen uitvoeren om te bepalen wat het maximale gewicht van een onderdeel is dat een operator mag hanteren. Dit hangt van vele factoren af, zoals de frequentie van hanteren, de afstand van de verplaatsing, de hoogte tot de vloer, de draaihoek van het lichaam, of het een man of vrouw betreft etc. Deze rekenmethode lijkt heel sterk op de NIOSH methode die vaak gehanteerd wordt door arbo-deskundigen. Op internet zijn ook diverse NIOSH-rekentools te vinden om te bepalen hoeveel een werknemer per keer mag tillen.

Om een machine eenvoudig en veilig te kunnen bedienen, moeten de bedieningsorganen, beeldschermen en signaleringen zich op de juiste plaats bevinden. De Machinerichtlijn geeft in artikel 1.2.2. van Bijlage I al de basisprincipes, maar deze worden onder andere in de normenreeks EN 894 (Ergonomische eisen voor het ontwerpen van informatie- en bedieningsmiddelen) in detail uitgewerkt.

Er zijn dus diverse normen gekoppeld aan de Machinerichtlijn die ergonomische aspecten behandelen, zoals:

- EN 614 (delen 1 en 2), Ergonomische ontwerpprincipes

- EN 547 (delen 1 t/m 3), Menselijke lichaamsafmetingen

- EN 894 (delen 1 t/m 4), Ergonomische eisen voor het ontwerpen van informatie- en bedieningsmiddelen

- EN 1005 (delen 1 t/m 5), Menselijke fysieke belasting

 

Er wordt nog wel eens gevraagd: "Bij welke kracht of druk raakt iemand gewond?"

 

Je zou verwachten dat hiervoor een algemene ontwerpnorm (B-norm) beschikbaar is en dat deze gekoppeld is aan de Machinerichtlijn. Dit is niet het geval.

Nog niet, want een werkgroep van het ISO Technical Committee 199 (ISO/TC 199) is hier wel mee bezig.

Er wordt gewerkt aan een Technical Report (TR) met de volgende titel: "ISO/WD TR 21260 Safety of machinery — Mechanical safety data for physical contacts between moving machinery or moving parts of machinery and persons". 

Het is nu nog in het beginstadium van het ontwikkelingtraject, namelijk als Working Draft (WD).

 

Wel kun je in de B-norm EN-ISO 14120 (voorheen EN 953) bepaalde grenzen vinden wat betreft kracht en energie voor aangedreven beweegbare afschermingen, zoals kappen en deuren.

 

NEN-EN-ISO 14120:2015, Veiligheid van machines - Afschermingen - Algemene eisen voor het ontwerp en de constructie van vaste en beweegbare afschermingen:

5.2.5.4 Power operated guards

Where guards are power operated, they shall not be capable of causing injury (for example, from contact pressure, force, speed, sharp edges). 

Where a guard is fitted with a protective device which automatically initiates re-opening of the guard, the closing force shall not exceed 150 N and the kinetic energy of the guard shall not exceed 10 J. 

Where no such protective device is fitted, these values shall be reduced to 75 N and 4 J respectively.

These values are only applicable when a wide closing edge is used and no hazards from cutting or shearing are present.

 

De 150 N grens komt in diverse C-normen terug. Hieronder een voorbeeld uit norm NEN-EN 13389:2005+A1:2010 (Machines voor voedselbereiding - Mengers met horizontale assen - Eisen voor veiligheid en hygiëne):

The design of the manually operated covers shall ensure that the force exerted by the cover onto the bowl is less than 150N e.g. by counterbalancing. 

Dus de maximale kracht van een handmatig bediende deksel op de mengkuip moet minder zijn dan 150 N.

 

De meest gedetailleerde grenzen (per lichaamsdeel) zijn te vinden in de productspecifieke norm (C-norm) voor verpakkingsmachines.

In Bijlage B van norm EN 415-10 (Veiligheid van verpakkingsmachines - Deel 10: Algemene eisen) staat een tabel met maximale krachten ter voorkoming van verwondingen aan het menselijk lichaam.

Er is een kolom "Crushing force" voor de maximale kracht bij beknelling tussen twee bewegende delen of een vast deel en bewegend deel. 

De kolom "Impact force" kan gebruikt worden in situaties waarbij een lichaamsdeel een 'klap' krijgt maar niet bekneld raakt. Dus mee kan bewegen in de vrije ruimte. 

Verder is er nog een kolom "Static pressure on body surface". Hierin is de maximale druk in N/cm2 per lichaamsdeel te vinden.

 

Zo zijn de volgende waarden gegeven voor hand en vinger: Crushing force = 135 N, Impact force = 180 N, Static pressure on body surface = 60 N/cm2.

 

Let wel op het volgende:

Deze krachten gelden alleen als er geen scherpe randen, hoeken of punten zijn. 

 

Voor cobots is er een ISO/TS 15066 (Robots and robotic devices - Collaborative robots). Daarin zijn voor 29 contactpunten op het menselijk lichaam biomechanische grenzen gegeven (kracht en druk). 

 

In deze eerste publicatie over inherent veilig ontwerpen worden de belangrijkste aspecten en bijbehorende normen behandeld. In de volgende publicatie zullen we meer stilstaan bij fysische factoren en kijken wat de grenzen zijn voor inherent veilige krachten, drukken en energieniveaus.

Norm NEN-EN-ISO 12100 (Algemene ontwerpbeginselen - Risicobeoordeling en risicoreductie) geeft de volgende definitie voor een inherent veilige ontwerpmaatregel:  beschermende maatregel die of gevaren wegneemt of risico’s verkleint die aan gevaren zijn verbonden, door wijziging van het ontwerp of operationele kenmerken van de machine zonder afschermingen of beschermende voorzieningen toe te passen.

Dus het betreft bronaanpak. Een simpel voorbeeld is maak van een scherpe hoek een afgeronde hoek en daarmee is het stootgevaar weggenomen.

Dit is ook wat de Machinerichtlijn 2006/42/EG (in artikel 1.1.2. van Bijlage I) aangeeft als de eerste stap in het proces van risicoreductie. Zie onderaan deze publicatie het betreffende artikel 1.1.2. uit de Machinerichtlijn. Norm NEN-EN-ISO 12100 werkt deze drie stappen van risicoreductie nader uit.

Norm NEN-EN-ISO 12100 behandelt onder andere de volgende aspecten van inherent veilig ontwerpen (stap 1 van risicoreductie):

Rekening houden met geometrische factoren en fysische aspecten

Geometrisch factoren: bijvoorbeeld vermijden scherpe randen en hoeken, zorgen voor goed zicht van de bediener, voorkomen beknelling door minimum afstanden aan te houden (zie norm EN-ISO 13854, voorheen EN 349, voor de details)

Fysische aspecten: beperken kracht, energie, emissie etc.

 

Rekening houden met algemene technische kennis en het kiezen van geschikte technolog

Denk aan keuze van geschikte materialen en de juiste technologie toepassen voor het bedoelde gebruik en de omgeving van de machine.


Bepalingen voor stabiliteit


Bepalingen voor onderhoudsvriendelijkheid

Rekening houden met ergonomische beginselen

Dit wordt nog wel eens onderschat.

Er zijn ruim 15 normen gekoppeld aan de Machinerichtlijn die ergonomische aspecten behandelen.

Zie o.a. de volgende normenreeksen:

EN 614 (delen 1 en 2), Ergonomische ontwerpprincipes

EN 547 (delen 1 t/m 3), Menselijke lichaamsafmetingen

EN 894 (delen 1 t/m 4), Ergonomische eisen voor het ontwerpen van informatie- en bedieningsmiddelen

EN 1005 (delen 1 t/m 5), Menselijke fysieke belasting

EN 13732 (delen 1 t/m 3), Klimaatomstandigheden - Methoden voor het bepalen van menselijke reacties bij het aanraken van oppervlakken

Rekening houden met de gevaren vanuit het energiesysteem

Elektrisch, zie norm EN-IEC 60204-1

Hydraulisch, zie norm EN-ISO 4413

Pneumatisch, zie norm EN-ISO 4414

Toepassing van inherent veilige ontwerpmaatregelen op besturingssystem

Zie norm EN-ISO 13849-1 (Performance Levels PL a t/m e) of norm EN-IEC 62061 (SIL 1 t/m 3)

 

 

1.1.2. Beginselen van geïntegreerde veiligheid

a) De machine moet zodanig ontworpen en gebouwd zijn dat zij bediend, afgesteld en onderhouden kan worden zonder dat personen aan een risico worden blootgesteld, wanneer deze handelingen onder de vastgestelde omstandigheden worden verricht, tevens rekening houdend met redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik.

De genomen maatregelen moeten erop gericht zijn elk risico gedurende de te verwachten levensduur van de machine, met inbegrip van de fasen van het vervoer, het monteren, het demonteren, de buitenbedrijfstelling en de sloop, uit te sluiten.

b) Bij het kiezen van de meest geschikte oplossingen moet de fabrikant of diens gemachtigde de volgende beginselen toepassen, in de aangeduide volgorde:

— de risico's uitsluiten of zoveel mogelijk verminderen (veiligheid in het ontwerp en de bouw van de machine integreren),

— de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen treffen voor risico's die niet kunnen worden uitgesloten,

— de gebruikers informeren over de restrisico's ten gevolge van een tekortkoming van de getroffen beveiligingsmaatregelen, aangeven of een bijzondere opleiding vereist is en vermelden dat persoonlijke beschermingsmiddelen vereist zijn.

 

 

Pagina 1 van 3

Klik op onderstaande pictogrammen voor meer informatie over een bepaald onderwerp

  arboveiligheid pictogram Machineveiligheid pictogram elektrische veiligheid pictogram procesveiligheid pictogram functional safety pictogram  
 

         
             
  CE pictogram cursus veiligheid pictogram risicobeoordeling pictogram inspecties overzicht wetgeving